Ontstaansgeschiedenis der Leidse Kunsthistorische Vereniging

 

De zoektocht naar het twintigste en het eerste bestuur:

Ter ere van de vijftigste verjaardag en daarmee het tiende lustrum van de Leidse Kunsthistorische Vereniging heeft het vijftigste bestuur gepoogd de ontstaansgeschiedenis van de vereniging te reconstrueren.

Twintigste bestuur der Leidse Kunsthistorische Vereniging

Notaris: Hendrina Magdalena Kartens-van Halsema.
Datum: 17-02-1987

1. Patricia Alkhoven (1962) {Voorzitter}
2. Marian Hoeber (1960) {Penningmeester}
3. Arnoldus Andreus Marinus Maria Wentholt (1958) {Secretaris}
4. Petronella Muns (1960) {Bestuurslid}
5. Martine Ballast (1962) {Bestuurslid}
6. Johannes Wilhelmus Antonius Knikman (1955) {Bestuurslid}

 

De Secretaris, Elise van den Boogaart, heeft daarom het archief doorzocht. Het vroegste bestuur dat zij kon traceren was het twintigste bestuur. In de statuten van 1987 vond zij de namen Patricia Alkhoven en Marian Hoeber. De statuten zaten in een klapper met daarin nieuwsberichten, afschriften en andere losse bladeren. Na de klapper grondig door te hebben genomen is onderstaande lijst met namen van bestuursleden ontstaan:

Met deze gegevens is de Voorzitter van het vijftigste bestuur, Vera Hendriks, aan de slag gegaan. Zij heeft de leden van het twintigste bestuur gecontacteerd. Ze kon contact krijgen met Patricia Alkhoven, Marian Hoeber, Arnold Wentholt en Martine Ballast door middel van LinkedIn en Facebook.

Eerste bestuur der Leidse Kunsthistorische Vereniging

Jaar oprichting: 1967

1. Robert de Haas {Bestuurslid}
2. Nora Schadee {Bestuurslid}
3. Jetteke Bolten-Rempt {Bestuurslid}

Ondertussen heeft Vera geprobeerd om via oudere leden de oprichters van de vereniging te vinden. Na een aantal leden gecontacteerd te hebben kwam ze op een spoor terecht. Men noemde de namen Willemijn Fock en Rudi Fuchs. Dit werd later weer ontkracht door een oud-studiegenoot van een lid. Uiteindelijk werden de namen Robert de Haas, Jetteke Bolten-Rempt en Nora Schadee genoemd. Aangezien de bron ook studeerde in de jaren ’60 werd de bron als betrouwbaar bevonden.

 

De volgende taak was om hen te vinden. Wonderbaarlijk genoeg werd wederom contact gelegd via LinkedIn en Facebook. Dit leek in eerste instantie niet geheel vanzelfsprekend aangezien zij allen rond de zeventig jaar oud zijn. Gelukkig waren de oprichters actief op hun sociale media en leefden ze nog.

Vijftigste bestuur der Leidse Kunsthistorische Vereniging

Bestuursjaar: 2017-2018

1. Vera Hendriks (1996) {Voorzitter en interim Hoofd Reizen}
2. Sabine van Beek (1998) {Penningmeester}
3. Elise van den Boogaart (1998) {Secretaris}
4. Eden Brüninghaus (1997) {Vicevoorzitter en Hoofd Excursies}
5. Lennard Pietersz (1997) {Assessor}

 

Op dinsdag 27 maart 2018 zijn Marian Hoeber en Arnold Wentholt van het twintigste bestuur en Robert de Haas en Nora Schadee van het eerste bestuur naar Leiden gekomen om samen met het vijftigste bestuur te zitten. Het doel was om de geschiedenis van de L.K.V. te reconstrueren en daarmee het ontstaan van de vereniging te verhelderen.

Het ontstaan van de vereniging:

In 1967 bestonden twee vakdisputen, genaamd Vitruvius en A.R.T.I.S. Vitruvius was verbonden aan archeologie en A.R.T.I.S. was verbonden aan alle overige (kunst)geschiedenis studies/vakken. Deze vakdisputen waren exclusief en daarom niet erg toegankelijk voor iedereen die het vak studeerde. Robert de Haas en Nora Schadee wilden hier verandering in brengen. Ze wilden een toegankelijk platform creëren voor studenten om samen te komen na college, natuurlijk wel met een academisch karakter.

Dat men een toegankelijk platform wilde creëren in de jaren ’60 is nog niet zo gek. Nora noemde deze jaren dan ook “de tijd van de democratisering”. Robert haalt de studentenprotesten in Italië aan. Deze vonden plaats toen hij in Italië studeerde en hadden veel indruk op hem gemaakt. Het was eindelijk mogelijk dat studenten hun stem lieten horen en werkelijk een verandering konden doorvoeren. Men had genoeg van de exclusieve en hiërarchische vakdisputen, alle rangen en standen, men wilde een vereniging voor alle studenten. Met dit uitgangspunt in hun achterhoofd gingen Robert en Nora samen zitten en werd de Leidse Kunsthistorische Vereniging opgericht.

De vereniging stond nog in de kinderschoenen eind jaren ’60, Robert en Nora moesten beginnen vanaf nul. Ze organiseerden wel al snel maandelijkse borrels, bijeenkomsten en lezingen. Meestal in café Barrera in Leiden. De lezingen waren soms gekoppeld aan de onderwerpen die besproken werden bij de instituutsraad. De instituutsraad was een advies/beslissingsorgaan van de studie waar sinds eind jaren ’60 ook studenten in konden zitten. Contributie innen was echter nog niet aan de orde. Het zou ook nog wel even duren voordat de vereniging officieel een vereniging zou worden, maar hierover later meer.

Robert is in 1962 begonnen met studeren en heeft acht jaar over zijn studie gedaan. Nora is in 1964 begonnen met studeren en heeft tien jaar over haar studie gedaan. Ze zaten niet in hetzelfde jaar, maar dat maakte niet uit. Destijds deed men veel langer over een studie en vielen de bachelor en master onder één studie. Aangezien het aantal studenten niet erg hoog was, ongeveer 18 nieuwe studenten in 1964, waren alle studenten kunstgeschiedenis meer bekend en verbonden met elkaar. De groep aanstaande kunsthistorici was nou eenmaal niet erg groot, dus men kende elkaar.

 

Het twintigste bestuur:

Tijdens de bijeenkomst met het twintigste, het eerste en het vijftigste bestuur werd al snel duidelijk waarom de huidige Secretaris, Elise, bij het twintigste bestuur was gestrand. Het twintigste bestuur is namelijk het eerste officiële bestuur! Zij hebben de eerste statuten laten opstellen bij een notaris en hebben zich als eerste bestuur ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Volgens Patricia was dit een pittig werkje dat veel tijd en moeite in beslag heeft genomen, maar dat was natuurlijk de moeite waard.

Men kan zich afvragen waarom dit pas na twintig jaar gebeurde. Het antwoord op die vraag is een verblijd antwoord. De vereniging organiseerde ondertussen meerdere reizen en excursies per jaar en daarom was het verstandig voor de vereniging om officieel erkend te worden, voornamelijk betreffende de aansprakelijkheid. Arnold en Marian herinneren zich dat ze in hun bestuurstijd naar Londen, Keulen, Parijs, Praag, Brugge en Gent zijn geweest, maar het zou best kunnen zijn dat nog een aantal steden aan de lijst toegevoegd kunnen worden. De reden waarom de L.K.V. ineens zoveel reizen en excursies organiseerden heeft de maken met de studie. De studie moest bezuinigen in de jaren ‘80 en dit betekende dat een aantal reizen en excursies geschrapt moesten worden. De L.K.V. vulde dit gat in. De excursies en reizen werden alsnog vaak door docenten begeleid.

De vereniging was door de jaren heen van karakter veranderd. Men zocht niet meer hoofdzakelijk naar democratie binnen het studentenleven, de vereniging was er omdat het gewoonweg leuk was. Wanneer je kunstgeschiedenis studeerde, kon je deelnemen aan leuke activiteiten van de L.K.V. Voor zover Arnold en Marian zich kunnen herinneren waren reizen en excursies al een tijd een vast onderdeel van de vereniging. Dit moet betekenen dat in die twintig jaar de vereniging enorm gebloeid heeft. Naast reizen kwamen de leden en docenten eind jaren ’80 elke maand samen om te borrelen in het L.K.V.-stamcafé, de Odessa (een café waar nu het Pakhuis ligt). Er werd ook eens of tweemaal per jaar een feest gehouden, de perfecte gelegenheid om nieuwe leden te werven.

Eind jaren ’80 werd ook al contributie geïnd: ongeveer twintig gulden per jaar. Dit betekende echter niet dat de vereniging zeer welvarend was, men speelde quitte. Desondanks had de vereniging wel veel leden. Een nieuwe lading eerstejaars bestond op haar hoogtepunt uit maar liefst 150 studenten. Van deze studenten was een groot aantal deeltijdstudent en ook zij waren betrokken bij de vereniging.

Ook Arnold was een deeltijdstudent. Hij had al aan de Reinwardt Academie museum studies gestudeerd en werkte bij een veilinghuis toen hij besloot om kunstgeschiedenis te gaan studeren. Marian was een hoofdvak student en specialiseerde zich later in filmstudies. Patricia begon met studeren in 1983 en specialiseerde zich in architectuur. Alle drie kwamen ze in het L.K.V.-bestuur terecht met nog drie bestuursleden. Destijds vervulde men niet maar één bestuursjaar, je kon voor een onbepaalde periode in het bestuur blijven. Meestal waren dit twee à drie jaren. Voor Patricia waren dit maar liefst vier jaren, aangezien zij gelijk in 1983 in het bestuur is gestapt. De continuïteit binnen de vereniging werd daarmee goed gewaarborgd en de overdracht van bestuurstaken verliep soepel aangezien andere bestuursleden bleven zitten. Het was niet ongewoon dat iemand gevraagd werd voor het L.K.V.-bestuur.

Toen Arnold en Marian de archiefkast bekeken vonden ze allerlei documenten terug die zij eigenhandig hebben getypt op de typemachine, waaronder nieuwsberichten en inschrijfformulieren. Ze vertelden ons dat het er, natuurlijk, anders aan toe ging vooral aangezien er nog geen internet was. Een nieuwsbericht moest getikt worden op de typemachine, dit bericht moest gekopieerd worden, de kopieën moesten in een envelop worden gestopt (hier werd een middag voor vrijgemaakt), een deel van de enveloppen werd met de fiets rondgebracht en het andere deel werd op de post gedaan.

Arnold liet ons weten dat hij ook verantwoordelijk was voor de posters in zijn bestuursperiode. Deze werden met de hand geplakt, geknipt en getekend en daarna werden daar kopieën van gemaakt. De posters werden door het Lipsius verspreid en kennelijk waren de posters in trek want na enkele dagen waren de posters verdwenen. De fameuze L.K.V.-posters blijven voor nu nog een mysterie. Patricia noemt ook het tijdschrift ‘Decorum’ dat parallel liep aan de L.K.V. waarin studenten informatieve stukken schreven voor het tijdschrift terwijl de L.K.V. de aanstaande kunsthistorici voorzag van leerzame uitjes en bijeenkomsten.

Het twintigste bestuur bezorgde de studenten kortweg een leuke tijd buiten de collegebanken. Ze waren voornamelijk bezig met het organiseren van reizen en in deze periode dus ook het officieel laten vastleggen van de vereniging!

 

Bevindingen van het vijftigste bestuur:

We zijn erg blij dat we de ontstaansgeschiedenis van de L.K.V. hebben kunnen achterhalen. Natuurlijk zijn er een aantal vraagstukken die nog beantwoord moeten worden. We zullen pogen om dit in de toekomst te doen.

Er zijn ook een aantal leuke feitjes waar we achter zijn gekomen. Wist je bijvoorbeeld dat het logo meerdere verschijningsvormen heeft aangenomen? Wist je dat de statuten voor het laatst gewijzigd zijn in 2008? Wist je dat het schrijven van een beleidsplan nog niet zo lang gebeurt? Wist je dat de vereniging failliet is geweest? Wist je dat commissies nog niet zo lang geleden pas in het leven zijn geroepen?

Wanneer we een vergelijking trekken met dertig jaar gelden is de ‘spirit’ van de vereniging nog steeds hetzelfde. We bieden de studenten leuke en leerzame activiteiten aan naast hun studie, creëren een platform voor studenten om samen te komen en te genieten van een borrel en we hopen studenten en docenten dichter bij elkaar te brengen.

Het tiende lustrum van de vereniging leek ons een geschikt jaar om de geschiedenis van de vereniging te achterhalen en op papier te zetten. Het is een mooie gedachte dat het eerste, het twintigste en het vijftigste bestuur samen hebben gezeten. Allen markeren een mijlpaal binnen de vereniging. Het bestuur van het eerste uur, het twintigste bestuur dat de vereniging officieel heeft gemaakt en het vijftigste bestuur dat alle vijftig jaren aan geschiedenis gepoogd heeft bij elkaar te brengen. Want ja, we bestaan al vijftig jaar! Ondanks dat we van vele oud-studenten de reactie kregen: “Geen idee dat de L.K.V. nog bestond?!” en “Wat fantastisch dat de vereniging nog bestaat!” (zelfs van de oprichters) staan we nog steeds sterk. We hopen dat deze lijn doorgezet kan worden en dat wij, de bestuursleden van het vijftigste bestuur, over vijftig jaar gecontacteerd mogen worden en kunnen reageren met de volgende zin: “Heh, ik had geen idee dat de L.K.V. nog bestond!”

Namens het vijftigste bestuur van de Leidse Kunsthistorische Vereniging,

 

Vera Hendriks
Voorzitter